zaterdag 28 juli 2018

Bloedmaan

Vrijdagavond 27 juli 2018
De Ottema Wiersmawei langs het gelijknamige natuurreservaat in de Trynwalden biedt een surrealistische aanblik. Fietsend via de Halligenweg vanuit Mûnein komen we er achter dat er toch iets bijzonders aan de hand moet zijn. Auto's -meer dan we gewoonlijk tegenkomen op onze fietstochtjes- rijden langzaam voorbij. Hier en daar geparkeerd langs het toch al smalle weggetje met open portieren en donkere schimmen die naar de lucht staren. Af en toe licht een rechthoekig schermpje op van een in deze tijd bijna onmisbare smartphone. Nu heeft, sedert de komst van mensen op deze planeet, de hemel altijd al een zekere fascinatie opgeroepen en er is dus sinds het ontstaan der tijden al driftig naar het uitspansel gestaard. Sterrenwichelaars, sjamanen, toverkollen, geleerden en andere voor hun broodwinning en het wel en wee van de medemens afhankelijken van het gedrag van de hemel en haar verschijningsvormen. Maar wat gebeurt er hier nu?
Doorfietsend gaan we naar rechts (voor speciale insiders: höger) de Ottema Wiersmawei op. Hier eenzelfde beeld. Mensen in groepjes met lichtende schermpjes in hun hand die de hemel afspeuren. Hier en daar een stelletje zittend op de grond en ondanks het warme weer (32 graden) de armen om elkaar heen geslagen. Wij fietsen door, richting Hardegarijp en daar verschijnt als een bijna etherische schijf, zachtrood van kleur, het wonder waar we allemaal naar op zoek zijn: De Bloedmaan, de geheel verduisterde zuster van onze zo geteisterde planeet.
Onwillekeurig (ja dat heb ik weer als filosofisch ingesteld mens) moet ik dan denken: “Hoeveel wonderen zijn er nodig om meer mensen, zoals die nu zo vreedzaam in de periferie van de dag één doel voor ogen hebben, in te zetten tot behoud en prettiger maken van de blauwe bol waar we allemaal van afhankelijk zijn en die we zo intiem “aarde” noemen?

dinsdag 22 januari 2013

De grote verstrikking (Ned)



De meesten onder u hebben een inkomen. Sommigen hebben veel, sommigen iets minder, maar niemand krijgt ooit zijn/haar volledige inkomen ter beschikking. Slechts een deel staat u vrij om te besteden. De room wordt eraf gehaald voordat u het “in handen” krijgt. Onze samenleving wordt steeds meer een ingewikkeld instituut waar we steeds minder grip op (mogen) hebben en die ons steeds meer geld kost. Bij mij rijzen er wel eens twijfels over het nut om deel uit te maken van zo’n samenleving. Om te beginnen de diverse belastingen die worden geind of betaald moeten worden en waarvan we eerlijk gezegd weinig of niets van terug zien in daadwerkelijke bijdragen aan ons levensgeluk. Ergo: belastingen gaan voor het merendeel gepaard met ergernissen.
We betalen over ons inkomen “inkomstenbelasting” en “sociale lasten” waaronder ik dan de inkomensafhankelijke zorgpremie gemakshalve ook maar reken.
Vergeleken met een glas melk: de room is eraf. Er blijft volle melk over.
Dan komen lasten zoals, om maar wat te noemen: “onroerend goed belasting’, “waterschapslasten”, “afvalstoffenheffingen” en verplichtingen zoals: gas, elektra, water en natuurlijk de huur of hypotheek op ons huis met de daarbij behorende verzekeringen. Wat de laatste verplichtingen aangaat: daarover wordt ook weer fors belasting betaald (btw) van een inkomen dat al door de overheid fors is afgeroomd.
Ja, de melk wordt halfvol, of voor sommigen onder u al “mager”.
Daarna komen verzekeringen, waarvan sommige door de overheid als verplichting worden opgelegd: “zorgverzekering”, WA-verzekering particulieren”, “motorrijtuigenbelasting, met daarbij een soort provinciale belasting” en bijvoorbeeld een ” inboedelverzekering”.
Aan deze laatste verzekering ontkom je eigenlijk ook niet omdat de overheid (die dik betaald wordt uit de inkomstenbelasting) nog steeds niet kan voorkomen dat er hier en daar wordt ingebroken of vuurpijlen die met toestemming van de overheden oudejaarsavond worden afgeschoten je huis in de fik zetten.
De melk, u raadt het al, is nu toch wel erg “mager” geworden.
Zou er straks ook nog een “Europese belasting” worden uitgevonden die ervoor zorg draagt dat de allesverslindende overheden ons inkomen doet verschralen tot het laagje “wei” dat overblijft als alle stoffen reeds uit de melk zijn gepeuterd?
Ze kunnen er wat van, die overheden. Opvreters zijn het. Misschien is er ooit eens iemand die een procedure ontwikkelt welke ervoor zorgt dat de rollen worden omgedraaid en de overheids- en semi- overheidsinstellingen de wei te zuipen geeft in plaats van hun top met een inkomen van soms meer dan 2 ton laat zitten duimendraaien.
Dan hebben we eindelijk waar wij recht op hebben. Een glas melk dat ook naar melk smaakt!

vrijdag 7 augustus 2009

Wurdfermjuksingsbreinroerderij (Frysk)

Lêstlyn lies ik in stikje yn 'e Ljouwerter Krante ûnder it kopke "TaalBaas" oer it ûntstean fan nije wurden, ek yn it Frysk. Oft soks in ôfglydzjen fan de taal betsjut hinget fansels ek ôf fan hokker neologismen algemien oanfurdige wurde as gebrûklik Frysk. In taal moat fansels al libje, in deade taal wurdt net brûkt, stjert út. Soks wolle wy net dat ús Fryske taal oerkomt. Mar we moatte no ek wer net al te maklik elk wurd mar yn ús taal ferweve litte. Net alles makket de kommunikaasje, skientme en brûkberens fan de taal better.
In wurd as "ea" fyn ik moaier dan bygelyks "oait" en "lofter" brûk ik leaver as "linker". Sjoch beide wurden binne brûkber mar se litte it Frysk dochs wol wat tefolle tsjin it Hollânsk oanskeuke. En soks moat eins tefoaren kommen wurde. Ik bin gjin taalkundige op it mêd fan 't Frysk, mar hâld in protte fan myn memmetaal en sil it ek safolle as mooglik brûke. Mar dan graach sa suver mooglik Eltse dei lear ik mear en mear fansels en nimmen is folslein, ik meitse ek hiel faak in flater, mar ik fyn de âlde Fryske wurden ôfgryslik moai.
We kinne in hiel protte wurden yn ús Fryske taal fine dy't minder faak brûkt wurde, mar dy't bydrage oan de meldij en ritme fan de taal. Yn myn poëzij hawwe se myn foarkar. Dochs is der noch wol wat oan wurden te betinken hear, dy 't oan it besteande Frysk taheakke wurde kin: dus minsten wannear't jo neat te dwaan hawwe en nocht hawwe om de harsens wat bij te slypjen, gean jo gong. Doch mei oan de "wurdfermjuksingsbreinroerderij!"